EEN GAT IN DE ZAK, een verhaal uit de Slag om Engeland

Op maandag  5 juli stijgt  No. 19 Spitfire Squadron in Duxford op voor een schietoefening. Het oefengebied lag bij Sutton Bridge, een vlak stuk van Lincolnshire ongeveer 16 voet beneden zee-niveau, wat al sinds 1926 fungeerde als RAF oefen schiet gebied. De oefening was afhankelijk van het niveau van de vliegers. Ervaren piloten mochten op een doelzak schieten die achter een vliegtuig werd meegetrokken aan een kabel en de nieuwelingen moesten op gronddoelen schieten. Schietoefeningen werden vaak gepland dezer dagen, en er was ook niets ongewoons aan de hand die dag, ware het niet dat drie Spits een compleet nieuwe bewapening hadden – een paar 20 mm kanonnen ipv de gebruikelijke machine geweren. De Spit en de Hurri waren oorspronkelijk bewapend met acht .303 Browning machine geweren, elk met 300 patronen. Als men terug denkt aan 1934, was dit een revolutionair zware bewapening, gebaseerd op de gedachte dat hoewel de snelheid van de jagers steeds hoger werd, de tijd om te schieten steeds korter werd er dus een hogere vuurconcentratie nodig was om de vijand neer te halen. Na zes jaar in 1940 werd al duidelijk dat hoewel ndrukwekkend, de opstelling van acht machine geweren z'n limieten begon te bereiken; de hele batterij was minder effectief dan eerst werd gedacht, een probleem was de kleine kogel; de kleine kogels die de Browning uit spuwden konden niet doordringen door het nieuwste pantserstaal van de Duitse vliegtuigen en ze hadden ook maar een kleine lading brandveroorzakende explosieven om deze taak uit te voeren. Een ander probleem was de RAF standaard instructie dat op 365 meter afstand de kogels geconcentreerd moesten zijn. De trefkans zou dan wellicht wel zijn toegenomen, het zorgde ook voor een afname van de effectiviteit op korte afstand. Jammer genoeg, zoals Malan, Stanford-Tuck en andere beroemde RAF piloten leerden van de gevechten met de Luftwaffe, was het snel en van korte afstand schieten aan de orde van de dag.

Acht machine geweren zichtbaar op deze foto van een Spitfire Mk I. Bij de eerste in dienst stelling was dit de zwaarste bewapening in de wereld.

Met kanonnen bewapende vliegtuigen was de volgende logische stap, en het idee om deze relatief zware wapens in een vliegtuig te monteren werd gevolgd door de toonaangevende luchtvaart naties sinds midden 1930. Behalve de constructie van het wapen zelf, waren er immense technische problemen op te lossen die verband hielden met de installatie in de lichte vliegtuig constructie, het kanon had een krachtige terugslag en de ruimte voor de munitie was groot. De Duitsers hadden aanvankelijk wat succes met hun Heinkel He 112 V6 prototype, bijgenaamd de Kanonenvogel en bewapend met een enkele aan de motor gemonteerd 20mm kanon, wat was uitgeprobeerd in Spanje, maar slechts succes had in de grond aanvals rol. De Fransen hadden hun eigen op de vliegtuigmotor gemonteerde Hispano-Suiza HS.404, die werd toegepast op hun standaard jagers – Bloch MB.152, Morane-Saulnier M.S.406 en Dewoitine D.520. De HS.404 trok de aandacht van de Engelsen, en het werd 1930 gekozen voor licentie productie– ten behoeve van de nog te ontwikkelen Westland Whirlwind twee motorige jager. Het ontwerp van het kanon was dusdanig dat het op de motor of in de romp te monteren was. Bevestiging in een vleugel was nooit geprobeerd door Hispano-Suiza omdat het een onpractisch idee leek. Hoe dan ook, het ontwerp van de Rolls-Royce Merlin liet niet toe dat het kanon aan de motor vast kwam dus moest de vleugel installatie geprobeerd worden als het toegepast kon worden op de een motorige RAF jagers. De Spitfire werd uitgekozen als proef konijn, met twee prototypes klaar in april 1939 en januari 1940. De werkzaamheden verliepen langzaam mede door de tekorten aan de nieuwe wapens – er waren grote problemen met het opzetten van een productielijn, waardoor slechts een beperkt aantal kanonnen beschikbaar was, en bovendien moesten deze ook nog verregaand verfijnd worden. Ondertussen kwam in mei 1940 de verbeterde kanonversie van de Messerschmitt Bf 109E-4 in dienst van de Luftwaffe, bewapend met het gemodificeerde MG-FF Oerlikon kanon en twee machine geweren. De MG-FF was aangepast om de nieuwe Minengeschoss munitie met een zeer dunne wand en een dubbele ruimte voor hoog explosief kruit of een brandveroorzakende lading. De theorie was altijd dat volmantel kogels doel moeten treffen op relatief kleine vitale doelen om effect te sorteren terwijl exploderende kogels meer ernstige schade veroorzaken ongeacht waar ze inslaan. Zonder twijfel was deze theorie juist: vergeleken met de toen gebruikelijke Bf 109E-3 die slechts 4 machine geweren hadden, was de bewapening van de nieuwe Bf 109 verre superieur. Bovendien had de Duitse zware jager, de twee motorige Bf 110, een bewapening van twee kanonnen en vier voorwaarts schietende machine geweren. Lord Beaverbrook komt in beeld, het idee van de met kanonnen bewapende Spitfire omarmend. Eenmaal kennis genomen van de voordelen van de nieuwe bewapening, beval hij op zijn gebruikelijke toon hiermee op te schieten. De introductie van het nieuwe wapen moest sneller. Een operationeel squadron moest meteen ermee aan de slag. Daarom moesten er 30 Spitfire vleugel sets omgebouwd worden om zestig Hispano kanonnen, en wel met grote spoed. Dit speelde allemaal geen rol voor de piloten van No. 19 Squadron, die de eerste drie met kanonnen bewapende Spitfires uit de Beaverbrook “lot” – R6261, R6770 en R6776 – op 1 juli 1940 ontvingen. Op die dag was er een briefing voor de vliegers. De piloten werden ingelicht dat zij de eersten waren die de nieuwe vliegtuigen moesten proberen, en dat er meer kisten met kanonnen binnenkort aankwamen. Een test periode was nodig om alles te testen en om een taktiek te bedenken. Een toestel was al eerder met enig succes getest onder operationele condities in Schotland, maar er moesten nog wel wat problemen overwonnen worden. Tijdens de briefing gaf Commanding Officer Sqn/Ldr. P C Pinkham een voordracht over de voor- en nadelen van de kanon Spit. Sprekend over voordelen, benadrukte hij de "ongehoord vernietigende kracht" van het kanon versus het machine geweer. De effectieve vuurafstand nam toe. De nauwkeurigheid lag veel hoger, en de hogere mondingssnelheid hield in dat richten makkelijker was, omdat je minder voor hoefde te houden bij het richten. Er waren ook nadelen natuurlijk. Per kanon waren er 60 schoten voorhanden, dus voor slechts 6 seconden vuur tijd. Met het risico dat men alles bij het eerste treffen verschoot, waardoor de jager onverdedigbaar was geworden. Er was geen andere bewapening; alle machine geweren waren verwijderd ten gunste van het hogere gewicht van de Hispano kanonnen. Als nadeel noemde Pinkham ook het gebrek aan vuur spreiding (sic). Tenslotte het belangrijkste probleem: het weigeren van het kanon. Dat kwam vaak voor, en als een kanon weigerde was het moeilijk richten door de asymetrische terugslag die dan ontstond en het vliegtuig uit de koers hield. Concluderend volgens de CO: er moesten nieuwe taktieken worden ontwikkeld om met de nadelen om te gaan en de voordelen helemaal uit te buiten. Het testem moest met onmiddelijke ingang aanvangen. Op 4 juli begonnen de tests al vroeg in de morgen. De nieuwe aanvalstaktiek ging als volgt: een sectie van twee kisten dook vanaf 2000 voet schuin boven het doel naar de zijkant van drie doelen, pal er achter uitkomend op dezelfde hoogte, snel dichterbij komend en strak de doelen in het vizier houdend. Kanonnen met korte salvo's gebruiken en dan wegdraaien naar beneden zijwaarts. De aanval dan desnoods nomaals herhalen. De twee eenheden oefenden deze taktiek de hele dag. Interessant is dat Pinkham’s nieuwe theorie was gebaseerd op een sectie van twee toestellen ipv de gebruikelijk drie. De vliegers waren erg goed te spreken over deze nieuwe manier van aanvallen. De ervaringen werden medegedeeld aan de Group, die het zeer interessant vonden en de andere squadrons aanmoedigden om dit ook uit te proberen. De volgende dag boven Sutton Bridge werden de kanonnen voor het eerst gebruikt. De ervaringen vielen erg tegen. De kanonnen weigerden regelmatig; de meeste piloten kregen maar een paar seconden kans om te schieten voordat de boel weer vastliep. Het doel werd die dag slechts door een kanon getroffen ! Het was een slecht voorteken voor No. 19 Squadron, die tijdens de hele Slag de met kanonnen uitgevoerde versie van de Spitfire gebruikte. Vaak draaiden de toestellen in voor een dodelijk schot en dan weigerden de kanonnen. Lege hulzen liepen vast in de afvoergaten; munitietrommels liepen vast in de flexibele vleugels. Het herhaald met spoed opstijgen met het hele squadron tijdens de hitte van de Slag om Engeland en er dan achter komen dat op de belangrijke momenten de kanonnen weigerden was dermate frustrerend dat op een moment No. 19 formeel aanvroeg om weer te mogen vliegen met acht machine geweren bewapende Spitfires. Verzoek werd toegestaan – en begin september vervolgden ze met de kanonnen versie, die nu Spitfire Mk Ib heette, op kleine schaal tot laat in de herfst van 1940. De met kanonnen bewapende Spitfire Mk. I was nooit echt succesvol. Slechts de introductie van de verbeterde en sterkere Spitfire Mk V in 1941 zette een nieuwe standaard neer voor de Spitfire bewapening, maar dat was nu nog toekomst muziek. Op de avond na de eerste oefening, sloeg het weer om, de wolken hingen laag boven de heuvels rond het vliegveld van Duxford. Er was wel die avond een spannende film in de druk bezochte station's bioscoop.

(Klik HIER om terug te gaan naar het hoofdmenu)