ONTWIKKELING VAN DE SEAFIRE

Bijgenaamd BONDOWOSO, Spitfire Mk Vb met serie no. BL676 startte als een normale productie jager, maar kreeg een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Seafire, een vliegdek variant van het beroemde Supermarine toestel.

BONDOWOSO was een van de geschonken Spitfire's door het Nederlandse West Indische Spitfire Fonds. Voordat de Nederlandse kolonie het slachtoffer werd van de Japanse inval was zij actief in het ophalen van geld tbv de ondersteuning van de RAF. Door deze spontane vorm van solidariteit met het in oorlog zijn Engeland, was er genoeg geld opgehaald om 40 Spitfire's aan te schaffen. Met als gevolg dat er vele exotische namen op de Spits stonden tussen 1941 en 1942 – zoals MOESLI ILIR, KRAKATAU, BONDOWOSO, WONOSOBO, TELING TINGGI, BESOEKI of OGANILIL. Deze “Dutch” presentatie Spitfire's werden gevlogen Engelsen, Polen, Tsjechen, Belgen, Canadesen en Amerikanen – maar opvallend genoeg geen Nederlanders. De naam BONDOWOSO refereerd aan een dorp in Oost Java, tussen Banyuwangi en Probolinggo, bijna dezelfde afstand als tussen Surabaya en Denpasar. Belangrijker was nog dat het de naam was van de legendarische Bandung Bondowoso, een prins uit de centraal Javaanse folkore die magische krachten had. Volgens de overlevering had Bondowoso een ongelukkige liefde met een mooie prinses. Als teken van liefde moest hij in een nacht duizend tempels bouwen. Dezelfde nacht besloot de prinses hem voor de gek te houden. Ze gaf bevel om grote vuren aan te steken zodat de hanen gingen kraaien en zodoende dacht Bondowoso dat alles mislukt was stopte zijn werk vlak voordat de laatste tempel klaar was. In het hedendaagse Indonesische jargon betekent “Bandung Bondowoso”  een gigantische uitdaging in zeer korte tijd. Het was een zeer toepasselijke naam voor de uitdaging die de Royal Navy op zich nam om een Spitfire om te bouwen tot vliegdek jager.

Seafire ontwerp

Midden 1941 werd het gebrek aan jagers bij de Royal Navy dermate kritiek dat er snel een Sea Spitfire project werd gestart. Van 1940 tot 1941 had de Navy elke steen omgedraaid bij de zoektocht naar een moderne jager – inclusief de ex-Franse Martlets en enkele Brewster Buffalos die ze in Egypte aantroffen. Er kwamen een aantal Sea Hurricanes in dienst en er werden pogingen ondernomen om in Amerika zaken te doen. Maar er moest actie worden ondernomen want anders zou er een gat in de aanvals capaciteit van de Royal Navy vliegdekschepen. Altijd onwillig om materiaal af te staan van de RAF gaf het ministerie van Luchtvaart eindelijk toestemming in het najaar van 1941 om 48 nieuwe Spitfires Mk Vb plus een aantal verouderde Spitfires Mk. I over te laten gaan naar de Navy. Om tijd te winnen zouden de Spits "genavaliseerd" worden met minimale aanpassingen. Eerdere voorstellen van Supermarine, inclusief opvouwbare vleugels, moesten tot later wachten - VEEL later, zoals zou blijken. Toegegeven moet worden dat na de toestemming men zeer voortvarend aan de slag ging, waarbij veel te danken was aan de Admiraliteit, die werkelijk alle hulp gaf die nodig was. Op 14 october 1941 kreeg Supermarine de tekeningen van een vanghaak van het Chance Vought Chesapeake’s project, en een constructie tekening van een nieuwe haak ontworpen door RAE en de vraag of dit kon worden gebruikt in de Spitfire. Supermarine schatte in dat de installatie van de haak redelijk eenvoudig was, maar dat de aanpassing van een lanceer catapult enige versteving van het frame nodig had. Drie Spitfires Mk Vb – AD205, AD371 en BL676 weden aanvankelijk als proefvliegtuigen aangewezen. Van deze was de AB205 de eerste met een vanghaak. De eerste vlucht was op 13 december, de installatie was bedoeld om de haak te testen en niet het vliegtuig zelf. Deze testen op Farnborough bestonden waarschijnlijk uit het met hoge snelheid in de vangdraden taxien. Het tweede toestel, AD371 ging naar Vickers voor volledige installatie van spools en vanghaak plus andere aanpassingen. Eind februari 1942 kwam het terug als prototype Seafire Mk IIC. De lange tijd die nodig was om AD371 om te bouwen veroorzaakte de nodige zorg bij de Admiraliteit, die de jagers zo snel mogelijk in dienst wou nemen. Om de zaak verder te bespoedigen werd de eerder genoemde derde Spitfire BL676 BONDOWOSO gedeeltelijk door Vickers onder handen genomen. Eind oktober zat er een ‘A’ vanghaak onder en ging het toestel naar de Naval Service Trials Unit te Arborath. Daar maakte Lt Cmdr H P Bramwell een serie ADDLs (Aerodrome Dummy Deck Landings) deklandingen op het vliegveld, waarop het dek van een vliegdekschip was geschilderd.

Dek landingen

In november nam Bramwell de kist mee naar de Clyde waar hij op 19 januari 1942 de eerste landing maakte op de HMS Illustrious. De urgentie van het hele programma was dusdanig dat deze tests doorgingen hoewel de Illustrious behoorlijke averij had opgelopen aan het vliegdek, tein dagen eerder op de Atlantsche Oceaan. Ondanks deze moeilijkheden maakte Branwell de tests allemaal af, inclusief lanceringen en landingen. In zijn raportage was hij hoofdzakelijk positief maar hij wees er wel op dat het slechte zicht vooruit onvoldoende was voor deklandingen. En zo werd de BL676 dus de eerste Spit die de eer had om succesvolle deklandingen uit te voeren. De feiten maakten het echter nog niet tot een Seafire, hoewel de specificaties zoals overeengekomen met Supermarine op 5 november, er in voorzagen dat de serie toestellen voorzien zouden worden van versterkingen, volledige tropen uitvoering, marine radio, groter brandstoftanks, olie verwarming en mogelijkheid voor catapult en hangaar sjor bevestiging. Op 10 januari 1942 werd de BL676 overgedragen aan de Air Service Training in Hamble voor een totale aanpassing. Er kwam een tropen luchtfilter op en de marine uitrusting. Op de foto is dit zichtbaar, evenals de 90 liter afwerptank. De zichtbare huls over de haak geeft enige aanleiding tot discussie. Sommigen beweerden dat de BL676 slechts een model had van een vanghaak, wij gaan er van uit dat er in deze fase geen reden voor was: wellicht was het uiteinde van de haak beschermd door een mouw als hij niet in gebruik was. Een ander opvallen detail is het geintegreerde pantser windscherm, meestal gekoppeld aan de Mk VC Spitfire's, waarschijnlijk ier als laatste gemonteerd omdat het nog niet is geschilderd op deze foto. Behalve dat is het een normale Spitfire, met de RAF day jager camouflage van Mixed Grey (waarschijnlijk), Donkergroen en Middel zeegrijze kleur. Na de officiele testen, die duurden tot begin maart 1942 kreeg de BONDOWOSO het nieuwe serienummer MB328 en werd hiermee officieel een Seafire Mk. IB. Het werd de eerste Seafire ooit, hoewel de AD371 enige dagen later klaar was. De echte testen van de Seafire Mk. IIC werden eind maart afgesloten. De Seafire Mk. IB en Mk. IIC kwamen gelijktijdig in dienst in juni 1942. Alle Mk IB’s waren omgebouwde Spitfire V'b. 112 toestellen werden omgebouwd, plus 48 van vanghaken voorziene Spitfires voor de ADDL training op het vaste land. De Seafire IIc werden vanaf nul opgebouwd en werden dus de equivalenten van de Spitfire Mk. VC met de universele vleugel. Er werden 402 Seafire IIc’s gebouwd, maar de productie verliep langzaam, vandaar de interim Mk. IB. Informatie over de eerste Seafires Mk IB is extreem zeldzaam, omdat de verlsagen zoek zijn of vernietigd. Deze versie had een korte frontlijn loopbaan. No.801 Squadron was er volledig mee uitgerust toen ze aan boord gingen van de HMS Furious in oktober 1942. No.842 Squadron ontving ook een aantal Seafire Ib's voordat ze ook aan boord kwamen van de Furious in de zomer van 1943. De Seafire Ib werd ook in kleine aantallen gebruikt door de No.1 en No.2 Naval Fighter Schools, de School of Naval Warfare, RNAS Lee-on-Solent, RNAS Stretton, en No.760 (Reserve) Squadron. Hoewel de Seafire verre van zeer geschikt was voor dek operaties was het een enorme verbetering van het Royal Navy’s luchtvaart arm.

(Klik HIER om terug te gaan naar het hoofdmenu)